Geboorte
en afscheid van Tibo*
Donderdag
17 oktober 2002: Geboorte Tibo*
Om halftwee krijg ik hevige weeën, waarschijnlijk is ons
jongetje dan gestorven. Een beetje later krijg ik een eerste perswee
en een deel van de vruchtzak wordt geboren. Alles valt weer een
beetje stil. Intussen is er een spoedkeizersnede toegekomen en
rennen de dokters en verpleegster over en weer tussen onze beide
kamers. Om halfdrie voel ik dat het zover is. Tibo wordt geboren,
volledig met vruchtzak en al. Het is midden in de nacht en ik
ben klaarwakker.
De verpleegster en gynaecoloog knippen de vruchtzak open en ik
hoor hen zeggen dat het zo’n mooi kindje is. Ik wil me wat
recht zetten om te kijken, ik ben zo benieuwd en trots. Het verdriet
is voor later, laat me nu van dit moment genieten. Nik moet huilen
en ik vind het zo erg voor hem. Hij is doodmoe en voelde zich
de hele dag machteloos. Maar hij heeft me zo goed bijgestaan…
Ze verhuizen me naar het bed en maken alles weer proper. We krijgen
Tibo bij ons. Hij is zo proper omdat hij in de vruchtzak geboren
is.
We nemen enkele foto’s en daarna valt Nik in slaap. Hij
kan niet meer.
Tibo wordt gewogen en gemeten: 860 gram en 34 cm! Ik neem met
de vroedvrouw afdrukjes van de voetjes en handjes. Dan wassen
we de inkt eraf en doen hem zijn kleertjes aan.
Ik wil hem plots toch begraven. Hij verdient zijn eigen plekje
en we willen hem inschrijven in ons trouwboekje. Hij is vrij groot
en zwaar voor 25 weken. Ik vraag het toch en ze regelen het zo
dat het kan. We mogen hem aangeven; een naam geven, in ons trouwboekje
zetten. Hij wordt echt ons kindje, ook voor de buitenwereld en
we zijn mama en papa geworden! Ik ben hen ongelooflijk dankbaar.

De
trotse mama en papa met Tibo*
Tot
9 uur houden we Tibo bij ons. Hij ligt tussen ons in en ik ben
ongelooflijk trots. Ik ben mama geworden! Dan komen ze hem halen
en ik neem een douche. Nu komen de tranen en ik kan ze niet meer
stoppen.
Ik bel naar mama en zeg dat haar kleinzoon geboren is. Ik krijg
ook nog telefoon van Lien, mijn zus, en mijn schoonzus en schoonmoeder
komen even langs.
Tegen de middag worden we verhuisd naar een gewone kamer. De hele
rit heb ik in dat bed gehuild. Normaal kom je met een kindje van
de verloskamer, het is één van de moeilijkste momenten
in het ziekenhuis.
Na
de middag komen mijn ouders en zus langs. Ik vraag aan de verpleegsters
om Tibo nog even naar de kamer te brengen. Ik wil trots mijn kindje
laten zien maar ik zie het verdriet in hun ogen. |

Meter
Suzy met haar metekind
An
angel in the book of life
Wrote down an infant's birth
and mentioned as he closed the book
.........too beautiful for earth

Ons
kleine ventje zoals we hem voor altijd herinneren |
Als
ze gaan vertrekken, op bezoek bij oma, vraagt mijn papa plots
of hij Tibo ook eens mag vasthouden. We waren hem een beetje vergeten.
Zijn gemoed schiet vol en de tranen rollen over zijn wangen. Het
is een prachtig ontroerend moment.
’s Avonds komt de ganse familie op bezoek en Sarah, een
goede vriendin. Alle anderen zullen Tibo later wel op foto zien,
maar met deze mensen wil ik hem delen. Het is een enorme drukte
op de kamer en we splitsen ons op. Oma komt ook even kijken naar
haar eerste achterkleinkindje.
23u30
Nik is naar huis en ik voel me zo alleen. Ik zou zo graag ons
klein manneke nog eens vasthouden. Het is de laatste dag dat hij
op de kamer komt, dan wordt hij verhuisd naar het mortuarium.
De verpleegster komt langs en ik huil, wel een kwartier lang.
Ik heb het gevoel dat iedereen Tibo heeft vastgenomen en ik bijna
niet. De nachtverpleegster van verloskunde brengt Tibo nog eens
bij mij. Twee uur houd ik hem dicht bij mij en ik wil hem niet
afgeven. Ze geven me alle tijd. Ik krijg iets om te slapen en
druk op het belletje. Ze komen hem halen en ik sukkel in een onvaste
slaap.
Vrijdag 18 oktober 2002
Vandaag verjaart onze papa, leuke verjaardag?!
Zodra ik wakker word komen de tranen en ik bel onmiddellijk de
verpleegster. Ik moet weten waar Tibo is, ligt hij nog op verloskunde
of al in het mortuarium? Hij is al verhuisd. De sociaal assistente
komt langs en neemt me mee naar ons ventje. Hij ligt in een klein
ziekenhuisbedje, in een klein kapelletje waar er veel licht binnenvalt.
Ik til hem op en houd hem dicht bij mij. Hij is zo perfect! Ik
begrijp het niet maar hou me nog een beetje recht aan deze uren
dat Tibo nog bij ons is. Ik kan de gedachte niet verdragen dat
we binnen enkele dagen definitief moeten afscheid nemen.
Tegen de middag is Nik terug, een echt wrak. Hij heeft niet geslapen
en blijft de rest van de ziekenhuisperiode daar slapen. We moeten
er samen door…
Na de middag komen de pastoraal werkster en de sociaal assistente
langs. We moeten teksten kiezen voor de dienst en er moet papierwerk
geregeld worden.
Dit moet tussendoor, want elke moment dat het mortuarium open
is, zit ik bij ons ventje. Ik vertel hem over zijn familie, lees
kaartjes voor en knuffel hem. Ik word altijd een stuk rustiger
na zo’n bezoek. Nik heeft het daar veel moeilijker mee.
Iedereen heeft zijn eigen manier om dit te verwerken. Wat is het
beste? Ik weet het niet, je eigen manier zal wel de beste zijn.
Zaterdag 19 oktober 2002
Gisteren en vandaag bezoek van de zussen en ouders gehad. Met
hen willen we hier proberen door te komen. Soms zitten we met
een paar bij Tibo en vertellen gewoon. Het zijn mooie momenten,
die ik altijd zal blijven koesteren.
Oma is zwaar ziek en ik ben even bij haar op bezoek geweest. Het
was te snel, ik kon het niet aan en terug op de kamer hebben de
tranen weer rijkelijk gevloeid. Hopelijk kan ik wat nachtrust
vinden. Het gaan slapen en het opstaan zijn de moeilijkste momenten
van elke dag. Steeds dat besef weer dat het voorbij is. Waarom?
Het is gewoon niet eerlijk…
Zondag 20 oktober 2002
Vandaag zijn we 1 jaar getrouwd. We hadden ons deze dag wel anders
voorgesteld. Toch komen mijn ouders en onze beide zussen met hun
vriend en ze brengen champagne mee. We gaan met z’n allen
eten in de cafetaria en ik heb het moeilijk. Wat is er allemaal
in dat eerste jaar niet gebeurd? Ik ben toch dankbaar dat we het
op deze manier een beetje kunnen vieren. Nadien gaan we allen
samen bij Tibo op bezoek.
|
Maandag
21 oktober 2002
Stilaan begint het afscheid te naderen. De pijn laat zich harder
voeren dan ooit. Morgen is de begrafenis en vertrekken hier. Morgenvroeg
zie ik Tibo voor het laatst.
Ik ben die vier muren hier nu wel beu en wil terug naar huis,
maar ben er tegelijk vreselijk bang voor.
Dinsdag
22 oktober 2002: Begrafenis Tibo*
Juist wakker, de zware dag begint. Allereerst afscheid nemen van
Tibo. Hopelijk komen we deze dag goed door.
Terug
van het mortuarium. Ik ben blij dat het achter de rug is. We hebben
Tibo in zijn kistje gelegd en foto’s en tekstjes meegegeven.
Het was enorm moeilijk om de laatste blik te werpen, maar het
is voorbij en we zijn weer een stapje verder.
Om
één uur is de familie op de kamer en om halftwee
begint de dienst in het ziekenhuis. Het was mooi en we zijn erdoor
geraakt. Dan met iedereen naar Nijlen voor de begrafenis. Het
is allemaal voorbij. Thuis bekomen we wat, samen met de familie
en dan zitten we alleen. Op bepaalde momenten blijkt het te gaan,
maar de pijn snijdt zo diep. Hopelijk komen we hier door.
eind
oktober 2002
Ik maak met mama de kaartjes voor Tibo en schrijf de adressen.
Nadat ze verstuurd zijn krijgen we enorm veel steunbetuigingen:
telefoontjes en veel kaartjes. Ik wist niet dat dat zoveel goed
zou doen. Het ergste is als mensen je mijden omdat ze niet weten
wat te zeggen.
De eerste 2 weken hangen we vooral in de zetel. Nik doet alles
in het huishouden want ik heb er de energie niet voor. Dan gaat
Nik weer aan het werk. Als hij ’s avonds thuiskomt is er
niets gedaan. Hij moet nog zelf voor het eten zorgen en de afwas
doen. Ik voel me zo nutteloos, maar ik kan er gewoon niet aan
beginnen. Ik zit gelukkig niet alleen overdag. Meestal komt ons
mama langs, soms ook mijn zus of schoonzus. Ik heb niet veel zin
om al andere mensen te zien. Sommigen beloven dat ze komen en
dan komt er toch nog iets tussen. Dat zijn dingen die ik gewoon
niet aan kan. Telkens resulteert dat in een gigantische huilbui.
Ik moet me een hele tijd mentaal voorbereiden op bezoek en als
ze dan niet opdagen dan doet dat verschrikkelijk pijn.
|