Zwangerschap Tibo*

Mei 2002 : Weer in verwachting!
Sinds mijn miskraam heb ik menstruele cyclussen van 12 weken, wat tot grote frustratie leidt. We willen namelijk zo snel mogelijk weer zwanger zijn. Omdat ik nog maar één keer mijn regels heb gehad, maak ik een afspraak bij de gynaecoloog.
Ze trekt bloed en verzekert ons dat we het wel weer op gang krijgen. De volgende dag krijgen we het resultaat: Ik ben opnieuw in verwachting! De zon gaat plots weer schijnen!


Juli 2002: Genieten!

Al enkele controles gaat alles goed. De schrik zit er nog wel wat in, maar eigenlijk maak ik me niet teveel zorgen. Ik heb het gevoel dat alles goed gaat. Bij de vorige zwangerschap had ik precies een voorgevoel dat er iets niet klopte en nu voel ik me beter dan ooit!
Na onze vakantie gaan we weer voor een echo en ons kindje is dan al meer dan 10 cm groot. We zijn 14 weken ver, het ergste is voorbij, niet meer misselijk en niet meer bang, vanaf nu : Genieten!!!

Echo Tibo op 10 weken en 3 dagen

Lies, 24 weken zwanger van Tibo*

Woensdag 2 oktober 2002
’s Avonds naar de gynaecoloog. Er wordt een echo genomen en we zijn dolgelukkig. Ons kindje is goed gegroeid en we weten dat het een jongetje is. We hebben hem de naam “Tibo” gegeven. De gynaecoloog wil ons toch langs een universitair ziekenhuis sturen om de vochtinhoud van hersentjes te laten nakijken. We worden toch wat ongerust. Vier keer vragen we of er een reden is om ons zorgen te maken, maar telkens stelt ze ons gerust: Het kindje beweegt goed en is op schema qua groei, ook het hoofdje is volgens haar perfect van grootte.
Toch iets ongerust bel ik naar mijn mama en zeg dat alles goed is, maar dat we toch naar Gasthuisberg moeten op controle. Ook zij is direct gealarmeerd, niet iedereen wordt zomaar doorgestuurd, maar ze laat niets merken van haar ongerustheid.
Thuis lees ik de doorverwijzingsbrief van de gynaecoloog. Er staat niets alarmerend in, gewoon een vraag voor extra controle. We maken ons dan maar niet teveel zorgen, het zal deze keer wel allemaal goed zijn!

Donderdag 3 oktober 2002
Een afspraak in Leuven gemaakt voor volgende vrijdag.


Vrijdag 11 oktober 2002: Slecht nieuws

Heel slecht geslapen, toch wel bang voor de expertise-echo in Gasthuisberg. Nik gaat niet mee omdat hij zo weinig verlof heeft, maar ik heb ons mama meegevraagd. Dan kan zij ook eens haar kleinkind op de echo zien! Ik vertrek en pik haar op en dan naar Leuven. Na een tijdje wachten is het mijn beurt. Ons mama mag niet mee binnen, dat is namelijk niet de gewoonte. De gyn verzekert me dat ze wel binnen mag nadien, en dat ze dan nog wel naar de echo kan kijken. Ik geef dan maar toe, als alles goed is vind ik het toch niet zo heel erg dat ik alleen ben.
De gynaecoloog vraagt of ik ongerust ben omdat ik zo stil ben, daar is toch niet echt een reden voor? Ik zeg haar dat ik het toch raar vind dat ik naar Leuven moet komen voor controle, ze sturen je toch niet zomaar naar een universitair ziekenhuis?
Ik leg me op de tafel en er wordt een echo genomen. Ik zie heel gedetailleerd een beentje, met alle botjes erop en eraan. Ongelooflijk hoe duidelijk deze echo is. Het hartje klopt stevig en Tibo beweegt hard.
Maar de dokter zwijgt… Ze neemt een apparaat voor de hersenen te bekijken. Een andere verpleegster komt binnen en vraagt of ze al klaar is. “Ik zal het nog wel een tijdje nodig hebben”, reageert zij. Ik word ongelooflijk bang. Die stilte is niet normaal en het onderzoek duurt veel te lang. Achteraf hoor ik van mijn moeder dat andere patiënten allemaal buiten kwamen en dat zij ook heel bang werd omdat het veel te lang duurde.

Ik denk bij mezelf: Als dit slecht nieuws is, dan kan ik dat niet aan. En dan komt het : “Het ziet er helemaal niet goed uit”, hoor ik de dokter zeggen. De linkerhersenhelft zit vol vloeistof en die heeft de hersentjes helemaal verdrukt. De cortex is heel dun aan die kant, maar ook de rechterhelft is uitgezet door het vocht. Ik ben zo geschokt dat ik het niet kan geloven en dat de tranen pas met vertraging komen. Ze vraagt of ik wil dat mijn mama binnenkomt en ik snik van ja. Ik zie mijn mama de deur open doen en begin onbedaarlijk te huilen. Ook bij haar komen de tranen en de gyn doet weer dezelfde uitleg. Ons mama wrijft over mijn haar en zegt dat we ook hier wel doorkomen. Er wordt een vruchtwaterpunctie gedaan en ik begin vragen te stellen: Zal het kindje kunnen leven? Wat moet er nu gebeuren? Welke handicap zal Tibo hebben? Is hij levensvatbaar?
Zoveel vragen, maar nog geen antwoorden. Waarschijnlijk kan Tibo overleven in de baarmoeder, maar sterven bij de geboorte. Ik wil hem beschermen en voor altijd bij me dragen.
Maandag terugkomen, dan kan de evolutie bekeken worden. Ze laten ons buiten langs een andere gang, zodat we niet langs de wachtkamer moeten waar al die dikke buiken zitten.

We staan buiten en ik bel Nik. Hij komt direct naar huis. Ons mama belt onze papa en ook hij komt snel. We rijden naar hen thuis en bellen daar mijn zus en schoonouders. Iedereen reageert geschokt. Niet weer? Hoe kan zoiets gebeuren? Ik bel het werk en zeg dat ik volgende week niet kom werken.

We vertrekken naar mijn thuis waar ook Nik en mijn schoonouders naartoe komen. Als Nik aankomt heb ik geen tranen meer. We nemen elkaar vast en ik zie de wanhoop in zijn ogen.
We vertellen onze ouders dat het kindje een jongetje is en de naam Tibo heeft gekregen. Zo wordt het ook voor hen een echt kindje.

Het weekend is een hel. We weten niet wat er gaat gebeuren. Allerlei scenario’s spoken door ons hoofd en we slapen bijna niet. Tibo stampt continu, alsof hij wil laten weten dat hij er is.
Onze ouders komen zaterdagavond weer langs. Ik kan het nog steeds niet geloven. Normaal zouden we die avond de meter en peter vragen. Het heeft niet mogen zijn…

Zondag komt mijn zus met Nico, ze steunen ons zo erg en ik zie het verdriet in hun ogen. ‘s Avonds stort Nik in, al zijn eten komt er weer uit en hij begint onbedaarlijk te huilen. Hij heeft zich voor mij willen sterk houden. We knuffelen en de traantjes vloeien, maar deze keer bij ons beiden en dat helpt een beetje.


Maandag 14 oktober 2002
We zijn weer in Leuven en mogen bijna onmiddellijk binnen bij de dokter. Ze neemt een nieuwe echo en de situatie is nog verslechterd. Ook de professor erfelijkheid komt langs en zegt dat de zwangerschap moet worden beëindigd en dit zo snel mogelijk omdat ik al zo ver in de zwangerschap ben. We kiezen voor woensdag, eerst wil ik nog een dagje afscheid nemen van mijn bolle buikje. Ik zal bevallen als ik 25 weken zwanger ben.
Ik voel onmiddellijk de drang om ons kindje te knuffelen en te koesteren en de dokter verzekert me dat dat zal kunnen. Ik zal waardig kunnen afscheid nemen en er zullen foto’s worden genomen.
De maatschappelijk assistente komt langs en vertelt ons dat een kindje pas aangegeven en begraven kan worden vanaf 26 weken. Ik vind dat niet zo erg. Voor ons zal hij er altijd geweest zijn. Ze laat ons verder met rust en verzekert ons dat ze ons later zal komen opzoeken als ik word opgenomen.
Er wordt nog bloed bij mij en Nik genomen voor erfelijkheidsonderzoek en dan kunnen we naar huis.

We rijden weer naar mijn ouders en ook mijn zus en haar vriend komen langs. We voelen Tibo nog de hele tijd stampen. Hij beweegt zoveel omdat hij het niet kan controleren. Ik voel dat het ook voor hem genoeg geweest is, hij heeft lang genoeg gestreden.
Samen met mijn mama en zus rijden we naar de kinderwinkel. Ik wil kleertjes voor Tibo gaan halen en een knuffel om hem mee te geven.

We blijven bij mijn ouders slapen en rijden de volgende dag naar huis. Nik gaat nog even langs de winkel en ik ruim alle babyspullen op: boeken, kaarten, zwangerschapskleren. De wieg laten we staan, we kunnen er nog geen afscheid van nemen. Mijn valies is klaar, 3 maanden te vroeg en zonder vreugde…


Woensdag 16 oktober 2002

Om 9 uur word ik opgenomen. Een verpleegster neemt ons mee naar de afdeling verloskunde en we moeten even op de gang wachten. Ik barst in snikken uit. Ik kan het niet vatten dat we een tweede bevalling in één jaar door moeten, om weer zonder kindje naar huis te gaan. De vroedvrouw brengt ons naar de arbeids-/verloskamer, maar ik kan niet stoppen met huilen.
Vragen? Neen, geen vragen, we kennen de procedure al…
Ze zegt dat we gerust nog wat mogen rondlopen na de eerst pilletjes, totdat de weeën te erg worden. Ik denk niet dat ik over de gang wil lopen. In de aangrenzende kamers liggen (toekomstige) gelukkige ouders…
Na de eerste pilletjes wordt mijn buik keihard en doet mijn onderrug pijn. We zijn allebei doodmoe en bladeren wat in boekjes. Af en toe dut ik wat in.
De maatschappelijk assistente komt langs voor meer uitleg over de foetusweide.
Tegen de middag krijgen we eten en ik schrik ervan dat ik honger heb. Ik ben eigenlijk rustig en ben benieuwd naar ons zoontje. Ik wil hem leren kennen en knuffelen. Net als andere mama’s wil ik weten hoe hij eruit ziet.
Ik krijg meer pijn en krijg wat pijnstillers. Ook is mijn temperatuur verhoogd, waardoor ik lig te rillen in bed. Om 16 uur vraag ik om een epidurale verdoving. Zalig is dat: er gaat een warme gloed door me heen en ik word rustig.
Ze schuiven het bed tegen de verlostafel en zo liggen Nik en ik dicht bij elkaar. Ik krijg stilaan opening en de gynaecoloog denkt dat het voor deze nacht zal zijn.
Ons mama komt nog langs, en gaat daarna bij oma op bezoek, die ook in het ziekenhuis ligt. Een beetje later staat mijn beste vriend, Steve, aan de receptie en ik laat hem komen. Hij is aangeslagen en een beetje stil, maar ik ben blij dat hij gekomen is. Nik kan even naar buiten en ik heb gezelschap. Mama komt nog even langs en gaat om 22 uur naar huis.