Donderdag
3 oktober 2002
Een afspraak in Leuven gemaakt voor volgende vrijdag.
Vrijdag 11 oktober 2002: Slecht nieuws
Heel slecht geslapen, toch wel bang voor de expertise-echo in
Gasthuisberg. Nik gaat niet mee omdat hij zo weinig verlof heeft,
maar ik heb ons mama meegevraagd. Dan kan zij ook eens haar kleinkind
op de echo zien! Ik vertrek en pik haar op en dan naar Leuven.
Na een tijdje wachten is het mijn beurt. Ons mama mag niet mee
binnen, dat is namelijk niet de gewoonte. De gyn verzekert me
dat ze wel binnen mag nadien, en dat ze dan nog wel naar de echo
kan kijken. Ik geef dan maar toe, als alles goed is vind ik het
toch niet zo heel erg dat ik alleen ben.
De gynaecoloog vraagt of ik ongerust ben omdat ik zo stil ben,
daar is toch niet echt een reden voor? Ik zeg haar dat ik het
toch raar vind dat ik naar Leuven moet komen voor controle, ze
sturen je toch niet zomaar naar een universitair ziekenhuis?
Ik leg me op de tafel en er wordt een echo genomen. Ik zie heel
gedetailleerd een beentje, met alle botjes erop en eraan. Ongelooflijk
hoe duidelijk deze echo is. Het hartje klopt stevig en Tibo beweegt
hard.
Maar de dokter zwijgt… Ze neemt een apparaat voor de hersenen
te bekijken. Een andere verpleegster komt binnen en vraagt of
ze al klaar is. “Ik zal het nog wel een tijdje nodig hebben”,
reageert zij. Ik word ongelooflijk bang. Die stilte is niet normaal
en het onderzoek duurt veel te lang. Achteraf hoor ik van mijn
moeder dat andere patiënten allemaal buiten kwamen en dat
zij ook heel bang werd omdat het veel te lang duurde.
Ik
denk bij mezelf: Als dit slecht nieuws is, dan kan ik dat niet
aan. En dan komt het : “Het ziet er helemaal niet goed uit”,
hoor ik de dokter zeggen. De linkerhersenhelft zit vol vloeistof
en die heeft de hersentjes helemaal verdrukt. De cortex is heel
dun aan die kant, maar ook de rechterhelft is uitgezet door het
vocht. Ik ben zo geschokt dat ik het niet kan geloven en dat de
tranen pas met vertraging komen. Ze vraagt of ik wil dat mijn
mama binnenkomt en ik snik van ja. Ik zie mijn mama de deur open
doen en begin onbedaarlijk te huilen. Ook bij haar komen de tranen
en de gyn doet weer dezelfde uitleg. Ons mama wrijft over mijn
haar en zegt dat we ook hier wel doorkomen. Er wordt een vruchtwaterpunctie
gedaan en ik begin vragen te stellen: Zal het kindje kunnen leven?
Wat moet er nu gebeuren? Welke handicap zal Tibo hebben? Is hij
levensvatbaar?
Zoveel vragen, maar nog geen antwoorden. Waarschijnlijk kan Tibo
overleven in de baarmoeder, maar sterven bij de geboorte. Ik wil
hem beschermen en voor altijd bij me dragen.
Maandag terugkomen, dan kan de evolutie bekeken worden. Ze laten
ons buiten langs een andere gang, zodat we niet langs de wachtkamer
moeten waar al die dikke buiken zitten.
We
staan buiten en ik bel Nik. Hij komt direct naar huis. Ons mama
belt onze papa en ook hij komt snel. We rijden naar hen thuis
en bellen daar mijn zus en schoonouders. Iedereen reageert geschokt.
Niet weer? Hoe kan zoiets gebeuren? Ik bel het werk en zeg dat
ik volgende week niet kom werken.
We
vertrekken naar mijn thuis waar ook Nik en mijn schoonouders naartoe
komen. Als Nik aankomt heb ik geen tranen meer. We nemen elkaar
vast en ik zie de wanhoop in zijn ogen.
We vertellen onze ouders dat het kindje een jongetje is en de
naam Tibo heeft gekregen. Zo wordt het ook voor hen een echt kindje.
Het
weekend is een hel. We weten niet wat er gaat gebeuren. Allerlei
scenario’s spoken door ons hoofd en we slapen bijna niet.
Tibo stampt continu, alsof hij wil laten weten dat hij er is.
Onze ouders komen zaterdagavond weer langs. Ik kan het nog steeds
niet geloven. Normaal zouden we die avond de meter en peter vragen.
Het heeft niet mogen zijn…
Zondag
komt mijn zus met Nico, ze steunen ons zo erg en ik zie het verdriet
in hun ogen. ‘s Avonds stort Nik in, al zijn eten komt er
weer uit en hij begint onbedaarlijk te huilen. Hij heeft zich
voor mij willen sterk houden. We knuffelen en de traantjes vloeien,
maar deze keer bij ons beiden en dat helpt een beetje.
Maandag 14 oktober 2002
We zijn weer in Leuven en mogen bijna onmiddellijk binnen bij
de dokter. Ze neemt een nieuwe echo en de situatie is nog verslechterd.
Ook de professor erfelijkheid komt langs en zegt dat de zwangerschap
moet worden beëindigd en dit zo snel mogelijk omdat ik al
zo ver in de zwangerschap ben. We kiezen voor woensdag, eerst
wil ik nog een dagje afscheid nemen van mijn bolle buikje. Ik
zal bevallen als ik 25 weken zwanger ben.
Ik voel onmiddellijk de drang om ons kindje te knuffelen en te
koesteren en de dokter verzekert me dat dat zal kunnen. Ik zal
waardig kunnen afscheid nemen en er zullen foto’s worden
genomen.
De maatschappelijk assistente komt langs en vertelt ons dat een
kindje pas aangegeven en begraven kan worden vanaf 26 weken. Ik
vind dat niet zo erg. Voor ons zal hij er altijd geweest zijn.
Ze laat ons verder met rust en verzekert ons dat ze ons later
zal komen opzoeken als ik word opgenomen.
Er wordt nog bloed bij mij en Nik genomen voor erfelijkheidsonderzoek
en dan kunnen we naar huis.
We
rijden weer naar mijn ouders en ook mijn zus en haar vriend komen
langs. We voelen Tibo nog de hele tijd stampen. Hij beweegt zoveel
omdat hij het niet kan controleren. Ik voel dat het ook voor hem
genoeg geweest is, hij heeft lang genoeg gestreden.
Samen met mijn mama en zus rijden we naar de kinderwinkel. Ik
wil kleertjes voor Tibo gaan halen en een knuffel om hem mee te
geven.
We
blijven bij mijn ouders slapen en rijden de volgende dag naar
huis. Nik gaat nog even langs de winkel en ik ruim alle babyspullen
op: boeken, kaarten, zwangerschapskleren. De wieg laten we staan,
we kunnen er nog geen afscheid van nemen. Mijn valies is klaar,
3 maanden te vroeg en zonder vreugde…
Woensdag 16 oktober 2002
Om 9 uur word ik opgenomen. Een verpleegster neemt ons mee naar
de afdeling verloskunde en we moeten even op de gang wachten.
Ik barst in snikken uit. Ik kan het niet vatten dat we een tweede
bevalling in één jaar door moeten, om weer zonder
kindje naar huis te gaan. De vroedvrouw brengt ons naar de arbeids-/verloskamer,
maar ik kan niet stoppen met huilen.
Vragen? Neen, geen vragen, we kennen de procedure al…
Ze zegt dat we gerust nog wat mogen rondlopen na de eerst pilletjes,
totdat de weeën te erg worden. Ik denk niet dat ik over de
gang wil lopen. In de aangrenzende kamers liggen (toekomstige)
gelukkige ouders…
Na de eerste pilletjes wordt mijn buik keihard en doet mijn onderrug
pijn. We zijn allebei doodmoe en bladeren wat in boekjes. Af en
toe dut ik wat in.
De maatschappelijk assistente komt langs voor meer uitleg over
de foetusweide.
Tegen de middag krijgen we eten en ik schrik ervan dat ik honger
heb. Ik ben eigenlijk rustig en ben benieuwd naar ons zoontje.
Ik wil hem leren kennen en knuffelen. Net als andere mama’s
wil ik weten hoe hij eruit ziet.
Ik krijg meer pijn en krijg wat pijnstillers. Ook is mijn temperatuur
verhoogd, waardoor ik lig te rillen in bed. Om 16 uur vraag ik
om een epidurale verdoving. Zalig is dat: er gaat een warme gloed
door me heen en ik word rustig.
Ze schuiven het bed tegen de verlostafel en zo liggen Nik en ik
dicht bij elkaar. Ik krijg stilaan opening en de gynaecoloog denkt
dat het voor deze nacht zal zijn.
Ons mama komt nog langs, en gaat daarna bij oma op bezoek, die
ook in het ziekenhuis ligt. Een beetje later staat mijn beste
vriend, Steve, aan de receptie en ik laat hem komen. Hij is aangeslagen
en een beetje stil, maar ik ben blij dat hij gekomen is. Nik kan
even naar buiten en ik heb gezelschap. Mama komt nog even langs
en gaat om 22 uur naar huis.
|